In Nederland staat de vrijheid van onderwijs in de grondwet. Dit betekent dat, zolang aan de voorwaarden, zoals het minimaal aantal leerlingen, wordt voldaan, iedereen een school mag oprichten die past bij een eigen religieuze, levensbeschouwelijke of onderwijskundige overtuiging. De Nederlandse overheid streeft naar een kenniseconomie. De sleutel daarvoor is goed en toegankelijk onderwijs en dat moet door de overheid gefaciliteerd worden. In de invulling van het onderwijs worden scholen zoveel mogelijk vrijgelaten.

docente

Primair onderwijs
Het primair onderwijs, ook wel het basisonderwijs genoemd, mogen hun eigen onderwijsprogramma invullen. Hierbij moeten ze wel voldoen aan de kerndoelen die door de overheid zijn gesteld. Bij het verlaten van het basisonderwijs moeten kinderen een bepaalde kennis hebben en bepaalde dingen kunnen doen. Op de leergebieden Nederlands, Engels, rekenen en wiskunde, oriƫntatie op jezelf en de wereld, kunstzinnige oriƫntatie en bewegingsonderwijs geeft de overheid in kerndoelen weer wat dat precies moet zijn.

Voortgezet onderwijs
Nederlands voortgezet onderwijs is van goede kwaliteit, zo blijkt uit Nederlandse en internationale onderzoeken. Toch is de overheid niet tevreden over de taal- en rekenprestaties van de scholieren en de hoge uitval van leerlingen. Door meer taal- en rekenonderwijs aan te bieden, een beter aansluiting van het vmbo naar het mbo, het terugdringen van de vroegtijdige schooluitval en het verminderen van zeer zwakke scholen, wil de overheid het voortgezet onderwijs verbeteren.

Middelbaarberoepsonderwijs
Bij het mbo is de aansluiting met de arbeidsmarkt van groot belang, samenwerking tussen scholen en bedrijven zijn dan ook van belang. Per beroep is er in het onderwijs vast gelegd wat een leerling bij het behalen van het diploma moet weten en kunnen. De overheid wil de kwaliteit van het onderwijs verbeteren door meer lesuren en begeleiding.

sexy-lerares-e1349431761215-137795_640x380

Hoger onderwijs
De overheid wil dat hogescholen en universiteiten zich meer gaan specialiseren. Daarnaast wil de overheid de studie-uitval naar beneden brengen door een juiste studiekeuze te stimuleren en de toelatingseisen aan te passen.

Regeringsakkoord
In het regeerakkoord van het huidige kabinet, Rutte II, staat dat ze van het onderwijs van goed naar excellent moet. Door te investeren in de mensen die voor de klas staan en die de school besturen moeten achterstanden bij kinderen weggewerkt worden en talent worden uitgedaagd. Het kabinet streeft naar verbetering van de kwaliteit van de leraren door onder andere een betere selectie bij de opleidingen en te investeren in bijscholing. In het hoger onderwijs is de grootste verandering de komende jaren dat de basisbeurs vervangen wordt door een sociaal leenstelsel.